|
|
Fagus Sylvatica AtropuniceaSamen met zo’n 200 bezoekers sta ik onder de breed uitwaaierende takken van een grote roodbruine beuk. Zonlicht filtert door de bladeren, terwijl we geboeid luisteren naar de geschiedenis van deze imposante boom. Vanaf de opening in 1894, van wat toen nog de nieuwe Oosterbegraafplaats heette, siert hij de open plek achter ons aulagebouw. Gerlof Bartholomeus Salm werd vijf jaar later aan zijn voet begraven. Nu omarmen dikke kronkelige wortels de grafsteen van de architect van het Aquarium van Artis en het kerkgebouw van de Vrije Gemeente aan de Weteringschans, nu bekend als Paradiso.
Wat de beuk allemaal voorbij zag gaan? Dichter Jos van Hest weet het:
Rouwkoetsen met paarden met zwarte pluimen
zwijgende stoeten met zware grafkransen
Kisten op schouders van dragers
kisten op een baar met wieltjes
Maar ook:
Het leed van een eeuw, honderd jaar tranen
de troost van de tijd
Miljoenen beukennootjes liet de beuk vallen. Opgeraapt door kinderen, verzameld door eekhoorns en vogels. Met zijn 115 jaar is hij de oudste boom in onze bomencollectie.
Niet veel later, na een korte wandeling door het park, staan we voor de jongste aanwinst, de Liriodendron tulipifera. Karina Wolkers, beschermvrouwe van de Stichting Arboretum De Nieuwe Ooster, vertelt hoe alle geliefde katten een laatste rustplaats vonden bij eenzelfde tulpenboom in hun tuin op Texel. Ook de as van Jan Wolkers zelf is daar uitgestrooid. Hoe ze in ademloze bewondering voor de eerste keer samen zaten te kijken naar een van de bloemen. Drie heldergroene bloembladen, samen met zes iets lichtere groene bladen, ‘ieder bestreken met een zwierige oranje penseelstreek alsof Frans Hals even was langs geweest.’ Het is alsof je een kort moment de karakteristieke stem van Wolkers zelf hoort. Dan wijst Karina omhoog. De bladeren van de tulpenboom weerspiegelen volgens haar niet alleen een lier. Ze lijken ook op kattenkoppen, getekend door een striptekenaar. Ik kijk met haar wijsvinger mee en zie wat ze bedoelt. Honderden felgroene kattenhoofdjes dansen in het licht.
Nadat Karina de enige echte Jan Wolkersboom in Nederland heeft onthuld, volgt de presentatie van het eerste bomenboekje van de stichting. Met drie bomenwandelingen, columns en verhalen over de geschiedenis van de begraafplaats. Na deze succesvolle mijlpaal in het korte leven van het arboretum wandelt het gezelschap terug naar café Roosenburgh. Daar kruisen oude bekenden en nieuwe gezichten mijn pad, wisselen zo’n 70 bomenboekjes van eigenaar en geniet iedereen zichtbaar van de prachtige dag. Tevreden gaan we na afloop naar huis.
Toch knaagt er iets. ’s Nachts, in bed, weet ik plotseling wat. Want wat de beuk ook voorbij zag gaan:
Een haastige vrouw met driftige tred
op weg naar een of ander nieuw project
Miljoenen beukennootjes? Ik zag er niet eentje. Blaadjes als kattenkoppen? Mij waren ze nog nooit opgevallen. Nee, dan de grote roodbruine. Seizoenen gaan aan hem voorbij, weer en wind, regen en zonneschijn. Onverstoorbaar staat hij daar. En leert ons wat we diep van binnen allang weten. Alles is belangrijk. Alles is relatief.
Marie-Louise Meuris
Bron: Uitvaart, Juni 2009 |