Gerrit Bolhuis

Een paar jaar geleden was ik op zoek naar het verhaal achter de beeldengroep van Gerrit Bolhuis (1907 - 1975). Sinds 1967 staat dit kunstwerk op een verdiept grasveld aan het einde van de hoofdas achter de aula. Wij noemen het ‘de engeltjes’. Maar het stelt vier kinderen voor, ieder op een eigen sokkeltje. Twee sokkeltjes staan leeg. Steevast vraagt men of er beelden zijn verdwenen. Steevast antwoorden wij dat het spelende kinderen zijn, die springen van sokkeltje naar sokkeltje.   

Tijdens de Tweede Wereldoorlog lagen op deze plek de graven van Duitse soldaten, omgekomen bij bombardementen in Amsterdam. Het is een ongeschreven wet op De Nieuwe Ooster dat hier nooit meer begraven mag worden. Maar wie dat heeft bepaald? Geen mens die het weet. Oud-medewerkers vertellen dat de stoffelijke resten van de soldaten later naar Duitsland zijn overgebracht. Maar het Amsterdams Historisch Museum noemt de oorlogsbegraafplaats IJsselsteyn in Venray. Uit mijn onderzoek in onze archieven bleek dat laatste te kloppen. Een besluit om dit grafvak uit de roulatie te halen vanwege het besmette verleden bleef echter onvindbaar.    

Onlangs zocht de zoon van Gerrit Bolhuis contact. Zijn moeder was recent overleden en bijgezet in het graf van haar man. Dat was de eerste verrassing. We wisten helemaal niet dat de maker van ‘de engeltjes’ op De Nieuwe Ooster begraven lag! Gijs Bolhuis vertelde over zijn wens om op het graf het laatste beeldhouwwerk van zijn vader Kind met lam  te plaatsen. Tijdens het gesprek gaf hij me een overzichtsboek van alle beeldhouwwerken. Gemaakt ter gelegenheid van de eerste solotentoon-stelling van zijn vader in museum Beelden aan Zee in Scheveningen. Al bladerend zag ik dat de gemeente Amsterdam de opdrachtgever was van de beeldengroep. Gerrit Bolhuis kreeg een grote mate van vrijheid wat het ontwerp betreft. Volgens het toenmalige persbericht was hij ‘tijdens zijn scheppende arbeid vervuld van de beweging als een symbool van de spontaniteit en het enthousiasme van het kinderspel.’ De zes spelende figuurtjes die hij voorstelde, gingen het beschikbare budget echter ver te boven. De gemeente bracht het aantal terug naar drie. Toen zorgde Gijs Bolhuis voor een tweede verrassing. Hij vertelde dat zijn vader niet kon leven met deze beslissing. Hij besloot uit eigen zak een vierde beeld te laten gieten. En zo staan er dus twee identieke beeldjes op het grasveld. Met de ruggen naar elkaar toe, zodat het niet opvalt. De ingreep pakte goed uit, de reacties waren positief. De vermaarde beeldhouwer Mari Andriessen schreef enthousiast aan Bolhuis: ‘Ik ben èn van de beeldjes èn van de opstelling verrukt omdat er een poëzie in is die ik meende dat van de aardbodem verdwenen was.’ Maar de beeldengroep ziet er nu niet goed meer uit, sprak de zoon aarzelend. Misschien kunnen we er iets aan laten doen? Ik antwoordde dat ik daar even over na wilde denken. 

’s Avonds las ik over het teruggetrokken leven van de beeldhouwer en zijn eeuwige gevecht om opdrachten te krijgen. Nauwelijks bekend bij het grote publiek maakte hij echter de prachtigste beeldhouwwerken, waaronder veel oorlogsmonumenten. De Nieuwe Ooster bezit zonder dat we het wisten een kunstwerk van een rasbeeldhouwer. Met een bijzonder en ontroerend verhaal. Daarom gaan de bronzen beelden binnenkort op reis naar Haarlem waar ze worden voorzien van een nieuwe patina. En als ze er weer terug zijn, dan geven we het grasveld een nieuwe bestemming. Want een verstrooiveld voor de as van veel te vroeg geboren kindjes past veel beter bij ‘onze’ engeltjes. Ik weet zeker dat Gerrit Bolhuis het met me eens zou zijn.    

Marie-Louise Meuris

 Bron: Uitvaart, oktober 2009


Kruislaan 126
1097 GA Amsterdam
Telefoon 020 608 06 08