Weer thuis

WEER THUIS

Het is even na half 10 als mijn auto de monumentale hoofdpoort van De Nieuwe Ooster achter zich laat. Het is een redelijke temperatuur voor begin december, droog met een harde wind. Ik ben blij dat ik eindelijk op weg ben. Zenuwen en een gebrek aan concentratie spelen me parten. Op de stoel naast me ligt een groot boeket dat een kruidige, wat zoetige geur verspreidt. Tuinman Jeroen knipte de takken vanochtend voor me in het park. Ik zie verschillende soorten Viburnum, takken van taxus en conifeer, Skimmia, Hamamelis en iets met een opvallend geel/groen blad. Naast het boeket ligt een tasje met linten en spulletjes die mensen hebben achtergelaten op de kist. En een cd-rom met foto’s van de bloemen die na de crematie bij het Theo Thijssenmonument zijn neergelegd. Mijn zwarte rieten strandtas staat tegen de stoel met daarin de koperkleurige asbus in een kartonnen draagtas.

Ter hoogte van Zaandam neem ik de afslag richting de kop van Noord Holland. Terwijl ik onbewust luister naar het geschetter van radio 2 op de achtergrond, schiet door mijn hoofd dat hij vooral van klassieke muziek hield. Na een tijdje onvoorzichtig draaien aan allerlei knopjes vind ik radio 4. Even later klinkt de Symphonie Fantastique van Berlioz en leun ik tevreden wat achterover.

Vlak voor de afslag naar Den Helder moet ik tanken. Even is het weer gedaan met de rust. Want hoe los ik dat op? Tanken, gaan betalen en ondertussen de asbus onbeheerd achterlaten? Wat als er in de gauwigheid wordt ingebroken in mijn auto? Ik weet niets anders te bedenken dan goed om me heen te kijken alvorens ik snel naar de kassa loop. Niet lang daarna zie ik de boot van 11 uur voor mijn neus wegvaren. Terwijl ik in de rij parkeer, schudt mijn auto aan alle kanten door de harde wind. Zijn laatste gang, denk ik plotseling. Het is de laatste keer dat hij de overtocht maakt van het vasteland naar Texel. Ik zie de contouren van het strand in de verte schitteren in het licht. Eigenlijk goed, dat het zo hard waait. Dat past bij zo’n onstuimige man als hij. Langzaam tikt de tijd voorbij. Op de radio klinkt Dvorák en daarna Kurt Weill met de Dreigroschenoper. Hield hij eigenlijk wel van opera?

Om 11.24 uur mogen de auto’s eindelijk de boot op. Ik kom terug van mijn plan om te blijven zitten als ik alleen maar blik en asfalt om me heen zie. Dit is geen plek voor iemand die zo van de natuur hield! Ik haal de zwarte tas uit de auto en loop de trappen op naar het restaurant. Daar ga ik voor een vrije plek aan het raam zitten en kijk naar buiten. Het voelt alsof hij met me mee kijkt. Alsof ik met zíjn ogen de krijsende en dansende meeuwen gadesla. De boot trilt, begint weg te varen en daarna licht te deinen. Den Helder verdwijnt langzaam, het strand van Texel komt dichterbij. Ik ruik een soeplucht. Maar mij wacht ongetwijfeld de lunch der lunches. Dat zal vast niet veranderd zijn. Afwisselend kijk ik naar buiten en naar de tas met de asbus, die tegenover me staat, ook voor een raam. Niet voor de eerste keer vandaag bedenk ik me, wat een merkwaardig, maar ook eervol beroep ik heb.

Na het verlaten van de boot besluit ik een mooie natuurweg binnendoor te nemen. Misschien deed hij dat zelf ook wel. Als ik de laatste afslag neem en in de verte het witte woonhuis zie opdoemen, voel ik mijn ogen vochtig worden. Even later rij ik mijn auto de oprit op. Jan Wolkers is weer thuis.

Marie-Louise Meuris.

Bron: Het Uitvaartwezen.


Kruislaan 126
1097 GA Amsterdam
Telefoon 020 608 06 08