|
|
SoapAs the World turns is mijn favoriete soap. De serie begon in 1956, ik kijk er naar sinds de 90-er jaren. Gemiddeld lukt me dat twee keer per week. Meestal pak ik de draad moeiteloos op. Hoewel ik laatst pas na maanden ontdekte dat die ene leuke man allang vermoord is. Hij komt niet meer terug, tenzij hij natuurlijk miraculeus uit de dood opstaat. Want je weet het maar nooit, met een soap. Mijn Jan vindt mijn kijkgedrag onbegrijpelijk en laat dat bij elke aflevering luid en duidelijk horen. ‘Een intelligente vrouw als jij’, zegt hij dan, ‘hoe kan die kijken naar zulke pulp’. Maar voor mij is het ontspanning na een week hard werken. Glaasje bij de hand, even wegzinken en niet nadenken. Want er is één zekerheid: uiteindelijk krijgen ze wat met elkaar en komt alles goed.
Ontstressend en zeer bevredigend.
De Nieuwe Ooster kent zijn eigen soap. Hoofdrolspeler is de wandschildering van Albert Muis (1914-1988). Het verhaal begon in 1950. De gemeente Amsterdam wilde een kunstwerk in de aula. De toenmalige directeur was tegen. ‘Deze ruimte vraagt naar mijn mening niet om een wandschildering, integendeel, daarmee komt de rust, die momenteel van deze ruimte uitgaat, ten zeerste in het gedrang.’ Maar de gemeente luisterde niet en verleende de opdracht. Vanaf het eerste moment waren er problemen. De stukadoor en Muis waren niet goed op elkaar ingespeeld. De kalk droogde te snel en de verf kon niet goed worden opgebracht. Het begin van alle ellende?
Eind 1997 bleek dat de wandschildering op vallen stond. De bedrijfsvoering was in gevaar! Binnen een maand werd de schildering gezekerd achter een bouwstellage en gaas. Wat nu? Een uiterst ingewikkelde zoektocht volgde. Vele deskundigen werden geraadpleegd, maar men kon het niet eens worden over de restauratiemethode. Bovendien zou de aula minstens een half jaar dicht moeten. Ons stadsdeelbestuur koos voor continuïteit van de bedrijfsvoering en nam het gedurfde besluit om de wandschildering te verwijderen. De kunstwereld was in rep en roer! Binnen twee maanden lag er een plan van aanpak voor de restauratie en kreeg de schildering de monumentale status. Het bestuur rechtte opnieuw de rug en draaide het besluit terug. Halverwege 2000 trok ik met een zucht van verlichting een streep onder het dossier, inmiddels een halve meter dik. Klaar!
Maar net als in een echte soap keerde de hoofdrolspeler onverwacht terug. Cor, onze externe gebouwenadviseur, kwam het met een ernstig gezicht vertellen. ‘ML, zei hij, ’je moet niet schrikken, maar de wandschildering zit los’. Onderzoeken gaven hem gelijk. Een maand later zaten alle betrokken partijen aan tafel. Het dossier van de vorige restauratie had ik als waarschuwing midden op de vergadertafel gelegd. Zó zouden we het dit keer niet gaan doen. Maar het hielp niet veel, sommigen waren de gebeurtenissen uit het verleden nog niet vergeten. Al snel voelde ik weer de neiging opkomen om naar de aula te gaan en eens flink met een deur te gooien. Zeker toen na een uur verhit discussiëren over de losse wandschildering de ene externe deskundige tegen de andere zei: ‘Maar de wandschildering zit zo vast als het maar kan’. Alom verbazing.
De twee kregen de opdracht om gezamenlijk de wandschildering te onderzoeken. Van de week kwamen de resultaten binnen. Zegt de ene expert: ’Er is gebleken dat de schildering grotendeels is onthecht (…)’ en de andere: ‘De schildering hangt aan haar 550 (lijm)puntjes, waardoor ze, in ieder geval sinds haar ontstaan, feitelijk nog nooit zo vast heeft gezeten!’ Ik kan niet wachten op de volgende aflevering. Want je weet het maar nooit, met een soap.
Marie-Louise Meuris
Bron: Uitvaart, September 2009 |