Gedenkpark

In 1892 ontwierp tuinarchitect Leonard Anthony Springer een nieuwe begraafplaats in de Watergraafsmeer, ter vervanging van de te klein geworden Ooster Begraafplaats: De Nieuwe Oosterbegraafplaats. In 1914 was dit oudste deel van de begraafplaats vol en werd Springer opnieuw benaderd om een eerste uitbreiding te ontwerpen. Amsterdam groeide snel. Er waren in die tijd nog geen andere grote Amsterdamse begraafplaatsen. Het gevolg was dat in 1928 De begraafplaats opnieuw moest uitbreiden. Een tweede uitbreiding werd gerealiseerd. Dit gedeelte is niet meer door Springer ontworpen maar door een onbekende ambtenaar van de gemeente Amsterdam. Daarna zijn nog twee kleinere uitbreidingen toegevoegd aan het gedenkpark, waardoor De Nieuwe Ooster sinds 1954 de huidige contouren heeft met een oppervlakte van 33 hectare.

Vanaf de aanleg in 1892 tot heden heeft het park van De Nieuwe Ooster zich ontwikkeld tot een bijzonder natuurgebied. Het gedenkpark maakt deel uit van de Amsterdamse hoofdgroenstructuur en heeft een hoge natuurwaarde. Door het ontbreken van kunstlicht is het terrein `s avonds en `s nachts donker. Mede hierdoor is het park voor een groot aantal dieren een veilig en rustig verblijfsoord. De grote verscheidenheid aan planten en bomen maakt de natuurwaarde en groenbeleving bijzonder groot.

Buiten de primaire functie van begraven en cremeren is het gedenkpark een van de belangrijkste pijlers van De Nieuwe Ooster. Het park heeft sinds oktober 2003 de rijksmonumentale status. Ook 17 graven zijn aangewezen als rijksmonument. Door rondwandelingen, een bomenroute en verschillende gastvrije momenten door het jaar heen draagt De Nieuwe Ooster de toegevoegde waarde van het park graag uit.

De Nieuwe Ooster, een groene oase voor rust, bezinning, om te herdenken en te beleven. Een plek waar de hectiek van het dagelijkse leven naar de achtergrond verdwijnt.