Historie park

De Nieuwe Oosterbegraafplaats is de grootste Nederlandse begraafplaats uit de negentiende eeuw. Gesticht in 1894 in de naburige gemeente Watergraafsmeer op een plek, waar eerder de aanleg van een particuliere begraafplaats was mislukt. Protesten van bewoners, die vreesden voor schade aan hun gewassen, mislukten. In de loop van de tijd breidde het terrein verschillende malen uit. In de tweede helft van de 20ste eeuw bereikte het park de huidige omvang van 33 ha.

Voor het ontwerp van de begraafplaats werd een prijsvraag uitgeschreven door de gemeente Amsterdam. Het winnende ontwerp (1891/1892) was van de hand van de invloedrijke Nederlandse tuinarchitect Leonard Anthony Springer onder het motto ‘Stof’ (zie foto hierboven). H. Copyn te Groenekan bij Utrecht kreeg de 2e prijs met zijn ontwerp ‘Silence’. De ontwerpers L.J. Ritter en Zocher & Co (Haarlem) zagen beiden af van deelname aan de prijsvraag.

Het oudste gedeelte van de begraafplaats (1894) is van hoge tuinhistorische waarde. De oorspronkelijke aanleg is van hoge kwaliteit en relatief gaaf gebleven. Zowel persoonlijke als tuinarchitectonische stijlkenmerken zijn nog duidelijk herkenbaar. Ook de 1e uitbreiding (1916) bezit vanwege de kwaliteit van het ontwerp en de relatieve gaafheid van de aanleg tuinhistorische waarde. Met name is belangrijk dat het een van de schaarse voorbeelden is van een begraafplaatsuitbreiding door de oorspronkelijke ontwerper (Springer). De 2e uitbreiding (1928) tot slot heeft weinig tot geen tuinhistorische waarde. Het ontwerp van de Dienst Pubieke Werken heeft slechts beperkte kwaliteiten. Een duidelijk herkenbaar tuinhistorisch concept als basis voor de latere veranderingen ontbreekt. (Bron: ‘Tuinhistorische analyse, waardering en visie’ (SB4, Bureau voor historische tuinen, parken en landschappen), d.d. april 2002.)

Eind september 2006 werd juist in dit gebied van de tweede uitbreiding een bijzondere nieuwe urnentuin geopend. Na een besloten prijsvraag werden Karres en Brands landschapsarchitecten uitgekozen om een structuurvisie voor het gedenkpark te maken. Het monumentale en ingetogen nieuwe gebied voor asbestemmingen maakt hier deel van uit. Door de krachtige lijnen van de ‘streepjescode’ met daarin elementen als het magnoliabos, het columbarium en de vijver met ‘drijvende’ Charon urnen ontstond een unieke en gevarieerde ruimte.

Sinds oktober 2003 heeft het gedenkpark de Rijksmonumentale status.