Buchenwaldherdenking 2009.

Op zaterdag 11 april 2009  vond in het gedenkpark van De Nieuwe Ooster de jaarlijkse Buchenwaldherdenking plaats.  Bij het monument met de Buchenwald-urn hield mevrouw Gerdi Verbeet, Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal een toespraak. Leerlingen van het Wellant college hebben het monument geadopteerd. Een aantal kinderen droeg een gedicht voor. Na het taptoesignaal volgde een minuut stilte waarna er gelegenheid was kransen en bloemen te leggen.

Toespraak van mevrouw Gerdi Verbeet.


Dames en heren,

Het concentratiekamp Buchenwald werd bevrijd aan het begin van de middag van de 11e april 1945. In zijn boek Schrijven of Leven beschrijft de Spaanse schrijver Jorge Semprun de week die daaraan voorafging.“Er vertrok in de dageraad niemand meer naar de buitencommando´s. Het laatste algemene appèl van kampbewoners was op 3 april, daarna werd niet meer gewerkt. Buchenwald wachtte zwijgend. Zo ging een week voorbij. Het krijgsrumoer naderde. Op 11 april rond het middaguur loeide de sirene. “Feindalarm!”,schreeuwde een rauwe stem vol paniek door de luidsprekers. Een uur later stonden de Amerikanen in het kamp. Vrijheid.”

Die vrijheid is wat we hier vandaag herdenken.

Voordat ik twee jaar geleden gekozen werd tot Voorzitter van de Tweede Kamer was ik woordvoerder oorlogsgetroffenen. Ik heb verschillende reizen gemaakt met organisaties van voormalige gevangenen.

Elk bezoek opnieuw even indrukwekkend.

Buchenwald was, zo heb ik gelezen, een veel groter kamp dan ik dacht. En een kamp met enorme, bizarre tegenstellingen.

Er was het Buchenwald van de gouden hoek waar gijzelaars als Willem Drees, Piet Lieftinck en Hendrik Tilanus hun tijd doorbrachten met lezen en discussiëren. Daar was zelfs een Buchenwaldse Volksuniversiteit, waar hoogleraren les gaven in letteren, rechten, theologie en economie.

Er was het Buchenwald van de joden, dat de gijzelaars achter het prikkeldraad kunnen zien. Zoals het transport na de eerste razzia in Amsterdam, in februari 1941. Binnen drie maanden waren van die sterke joodse jongemannen velen al niet meer in leven. Ze waren doodgemarteld, of gestorven door ziekte en uitputting.

Ook was Buchenwald het toneel van politieke strijd tussen de communisten, die er vaak al sinds de oprichting zaten, en de
gevangenen met een andere overtuiging.

En natuurlijk was er het Buchenwald van de villa’s van de SS’ers – aan lommerrijke lanen en met een dierentuin voor de kinderen.
Een kleine stad, zo beschrijven de voormalige bewoners het, waar op zeker moment, in februari 1945, 112.000 gevangenen verbleven. En waar in nog geen acht jaar tijd 50.000 mensen de dood hebben gevonden.
En dat op nog geen acht kilometer van de stad Weimar.

We herdenken vandaag de bevrijding van Buchenwald, 11 april 1945. De Amerikanen die het kamp op die dag binnentrokken, troffen er nog 21.000 gevangenen aan, waaronder 384 Nederlanders.

Hoe is het met hen verder gegaan?

Van velen weten we het niet, maar 38 overlevenden hebben enkele jaren geleden hun verhaal op film verteld. Een document van onschatbare waarde, gemaakt op initiatief van de vereniging van oud-Buchenwalders. Herinneringen aan het verblijf in het kamp, maar ook de verhalen van hun thuiskomst.

Ik heb mij vaak afgevraagd, hoe dat geweest moet zijn.
De mannen die geïnterviewd werden, vertellen er met veel emoties over. “Ik was een vreemde, ik wist niets meer,” zegt Piet Wiers. “Ik was helemaal weg, ik kon niet meer praten”, zegt Jouke de Haan.

Voor veel kampbewoners is het leven van vóór het kamp nooit meer teruggekomen.
Ze vonden wel de weg naar huis, maar de weg naar hun vroegere leven zouden ze nooit meer vinden.
De man die terugkwam in het gezin, de familie, de vriendenkring was vaak niet de man die er ooit ruw van was weggehaald.

Velen van u die hier vandaag aanwezig zijn, weten wat dat voor een gezin, een familie betekent. Natuurlijk voor de overlevenden zelf, maar ook voor hun omgeving. De partners, de kinderen, de vrienden.

Hoe is het om te leven met iemand die onuitsprekelijke dingen heeft gezien?

Louis van Gasteren maakte er een film over, De prijs van overleven. Een film over het gezin van een man die is teruggekomen uit Buchenwald en Sachsenhausen.
Hij kon nooit meer ergens van genieten, zegt zijn vrouw. Er is hier in huis nooit meer gelachen.
Alles stond in het kader van: ontzie je vader, zeggen de kinderen. Want wat is een kapotte knie in vergelijking met het lijden van je vader?
Man, vrouw en drie kinderen. Alleen de man zat in het kamp, maar het kamp zat, jaren later, ook in de vrouw, de dochter en de zoons.
´Het kamp waar ik niet in gezeten heb, kan ik nooit meer vergeten´, zegt de vrouw.
´Ik droom van dingen die ik nooit heb meegemaakt´, zegt de zoon ´Ik droom herinneringen van mijn vader.´
Het is als in het gedicht van Anna Enquist, Het kind uit vijfenveertig:

Mijn vader had twee levens. Eén
kort en vlammend, zonder mij. En één
daarna. ..
Verhalen gingen onvoorspelbaar
dicht en vragen ketsten terug. Ik zweeg.
Als ik aan tafel zat stond er een horde
hol van honger in mijn rug. Ik at.

De Tweede wereldoorlog heeft miljoenen slachtoffers gemaakt.

Maar we tellen dan alleen de slachtoffers van vóór 1945 en niet die van erna. De vaders en moeders, de vrouwen en kinderen die de oorlog niet meemaakten en toch slachtoffer zijn.

Ook voor hen zijn we hier vandaag.

Voor de vrouwen die bleven bij de man aan wie ze zich ooit gebonden hadden, ook al was hij iemand anders geworden. En voor de kinderen, over wier jeugd altijd een schaduw lag.

Ook voor hen herdenken we vandaag - én vieren we dat we vrij zijn.

Zoals Anna Enquist, aan het eind van haar gedicht:

Mijn vader had twee levens: één
sloeg zijn brandmerk in het ander
en het ander joeg een schaduw over mij.

Ik ging aan land, ik voel de wind
en in die schaduw ben ik vrij.


Kruislaan 126
1097 GA Amsterdam
Telefoon 020 608 06 08