Voormalig directeurswoning van de hand van Weismann. De woning wordt verbouwd om vanaf 2007 te dienen als expositieruimte en kantoor voor het Nederlands Uitvaartmuseum (foto: Irene Doorenbos).
De door Weismann ontworpen dienstwoningen, links van de hoofdentree.
Achteraanzicht van het door Weismann ontworpen werkplaatsgebouw.
Het huidige aulagebouw, ontworpen door stadsarchitect Ir. J. Leupen, kwam in september 1939 gereed.
De achterkant van het huidige aulagebouw, niet lang na de oplevering in 1939. Koffiekamers en crematorium ontbreken nog. Ook de bronzen engel van Fred Carasso is nog niet aanwezig boven de bronzen deuren.
De voorhal en de wachtruimten (nu de zijentrees) en het administratiegebouw waren al eerder opgeleverd, in juli 1938.
De huidige zijentrees waren in eerste opzet bedoeld als overdekte wachtkamer. Met gesmeed ijzeren hekken werden de ruimtes afgesloten. De kolommen in de portieken zijn in koper uitgevoerd.
In de voorhal dringt het volle daglicht binnen door de hoge bronzen glaspui. Hierdoor komt de beslotenheid van de aula nog sterker tot uitdrukking. De bronzen wandarmen zijn nog steeds aanwezig, echter zonder de oorspronkelijke glazen schalen.
De kolommen bij de achterwand zijn van slingerbeton met bronzen kapiteeltjes en voetbanden. De Nederlandse Klokken- en Orgelraal kreeg de leiding over het plaatsen van het orgel, op advies van de hoofdleraar van het Conservatorium Amsterdam, de heer Anthony van der Horst.
Architect Leupen ontwierp het blank gehouden Slavonisch eikenhouten meubilair en de bijzondere natuurstenen vloertegels speciaal voor de aula. De zoldering werd in blank eikenhout gehouden, de wanden in ruw pleisterwerk.
Aan de achterzijde van de aula hangt een engel. Deze is van de hand van de Italiaanse beeldhouwer Frederico Antonio Carasso (1899-1969). Op de vlucht voor het fascisme streek hij in 1934 neer in Amsterdam. In de naoorlogse jaren was Carasso hoogleraar aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht (foto: Henk van Hunnik).
Het prieel.
Het gebouwtje is in de afgelopen 100 jaar tweemaal verhuisd. Het stond eerst aan het einde van de hoofdas, vervolgens op de heidetuin (vak 74), en tegenwoordig staat het op vak 26 (zie foto).
De portiersloge.
Ten behoeve van de Electrische Museumtramlijn Amsterdam werd een replica van een Gronings tramhuisje gebouwd. Vanwege de vandalismegevoeligheid werd deze echter niet in gebruik genomen. De Nieuwe Ooster nam het over alwaar het sinds oktober 1990 dient als portiersloge.
|