Buiten-expositie

Voor fotograaf Mark Kohn zijn bomen individuen. Daar heeft de boom geen boodschap aan, maar het maakt verschil voor hoe wij ze zien en met de natuur omgaan. Om bomen een gezicht te geven maakte Kohn ruim 100 foto’s van boomschors. De 30 allermooiste zijn, vergezeld van een gedicht van Myrte Leffring of Vicky Francken, sinds kort te bewonderen tussen de rijke bomenverzameling van de begraafplaats.

Kohn is vooral bekend als portretfotograaf voor de landelijke dagbladen. Hij raakte geïnspireerd door wat hij ‘een stuwende energie’ noemt, die hem en de natuur tot leven brengt. Door die ervaring ziet hij mensen en bomen als gelijkwaardig. Ze leven en sterven, maar hun energie gaat niet verloren. Wat een mens de natuur aandoet, doet hij ook zichzelf aan. Het boek van boswachter Peter Wohlleben over vormen van communicatie tussen bomen, versterkte deze gedachte.

Kohn begon in 2017 bomen van nabij te fotograferen wanneer hun schors hem deed denken aan een menselijk gezicht. Om dat te zien moest het juiste moment zich aandienen. Licht en schaduw, stilte en onverdeelde aandacht zorgen ervoor dat zo’n gezicht zich openbaart. Het venster dat dan opent kan zich ook zomaar weer sluiten.

Deze manier van werken resulteerde in meer dan 100 foto’s, waarvan een selectie eerder te zien was op de Hoge Veluwe, naast het bezoekerscentrum. Daar was de vorm leidend voor de uitwerking van de expositie waardoor Kohn op het idee kwam dichters Myrte Leffring en Vicky Francken, van poëzietijdschrift Awater, te vragen zich te laten inspireren door de foto’s. Zij doen in hun gedichten op hun eigen wijze een poging de taal van de boom te verstaan. Voor De Nieuwe Ooster is voor een terughoudende, lichte vorm, bijna transparante vorm van exposeren gekozen, uit eerbied voor de graven en de bezoekers ervan.

Een fragment uit SOS van Myrte Leffring:

ik probeer je te bereiken
kort kort, lang kort lang
lang lang, kort kort, kort kort kort
kort lang lang lang, kort

als je de code kent
weet je dat ik je mis
te lang al, veel te lang

De route begint op het voorplein (naast het beeld van Springer, de ontwerper van de begraafplaats) en eindigt in de wachtruimte.

Iedereen is welkom. Hou tijdens uw bezoek rekening met eventuele rouwende mensen rond de aula, bij de graven en in de wachtruimte.